Venning

‘Mensen klappen te weinig met elkaar!’

Dat was wat ongeveer 100 Kortrijkzanen ons het vaakst hebben geantwoord, toen ze in september door een groep artiesten en vrijwilligers werden gevraagd naar hun kijk op de samenleving vandaag. Beter een goede buur dan een verre vriend? Daar is nog werk aan, vinden mensen in Kortrijk zelf.

 

Zeker nu de samenleving door Corona deels op slot zit, is het er niet gemakkelijker op geworden om verbinding te maken met elkaar, met familie, vrienden, buren … Daar wil Vraagstraat iets aan veranderen! Sinds 7 december valt er elke weekdag rond 18u met de nodige animo (vuurspuwers, jongleurs, muzikanten,…) een vraag in de brievenbus. Sindsdien kleuren de 5 deelnemende straten rood en geel door de vlaggen die buurtbewoners uithangen als antwoord op de vraag van de dag.

 

Famke een vrijwilliger die elke avond een vraag omroept is enthousiast: “De buurt staat al de hele week elke avond klaar in hun deurgat of op het balkon om de vraag van de dag en bijhorende act mee te maken. We zien dat het echt werkt, dat buren kort met elkaar praten op die momenten en zich verbonden voelen door de vlaggen. Sommige buren ontpopten zich tot rasechte zangers en acrobaten.”

 

Dag per dag vervellen de vragen in kleine opdrachtjes, tot we zien wat er zal gebeuren op vrijdag 18 december, de vooravond van de kerstvakantie.

 

VRAAGSTRAAT strijkt neer in :

–          de Vuurkruiserslaan

–          de Damastweversstraat

–          de Sint-Antoniusstraat

–          de Watermolenstraat

–          het José Vermeerschplein (Heule)

 

VRAAGSTRAAT is een artistiek buurtproject van kunstencentrum BUDA, Wijkteams Kortrijk, Vormingplus MZW, CAW Zuid-West-Vlaanderen, Schouwburg Kortrijk, BK6, Stad Kortrijk, samen met de Door to Door artiesten van State of the Arts en burgerbeweging HART BOVEN HARD.

In september ’20 gingen zij al samen in gesprek met die 100 medeburgers voor hun dialoogproject Door to Door. Nu gaan ze voor een nieuwe warme samenwerking met VRAAGSTRAAT.

 

VRAAGSTRAAT kwam tot stand dankzij de financiële ondersteuning van de Vlaamse Overheid (dep Cultuur), Stad Kortrijk en het Streekfonds.