Hondenzwemming in Wielsbeke erkend als Vlaams Immaterieel Erfgoed
Foto: FVL

Vlaams minister van cultuur Sven Gatz heeft de Hondenzwemming in Sint-Baafs-Vijve (Wielsbeke) erkend als Vlaams Immaterieel Cultureel Erfgoed. Dankzij die erkenning behoort het 167-jarige evenement nu tot het selecte clubje van tradities op de Inventaris Vlaanderen. De erkenning is de kers op de taart na de vele inspanningen die de vrijwilligers deden om de Hondenzwemming vanuit de traditie te vernieuwen.

De Hondenzwemming ontstond rond 1850 in het West-Vlaamse Sint-Baafs-Vijve. Elke tweede zondag van oktober zwemmen honden uit alle Vlaamse provincies tijdens een diervriendelijke wedstrijd over de oude Leie-arm aan het dorpsplein. De hoofdprijs is een zak hondenbrokken. Ondanks de eenvoud lokt het evenement elk jaar duizenden bezoekers. Het bestuur leverde de afgelopen jaren flink wat inspanningen om het evenement opnieuw op de kaart te zetten. Daarvoor werd onder andere ingezet op een eigentijdse communicatie met livestreaming en een grote focus op dierenwelzijn.

Het is dankzij die sterke inzet op dierenwelzijn dat Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz – die het evenement in 2014 zelf bezocht – de Hondenzwemming als Vlaams erfgoed heeft erkend. Vooral de proactieve doorlichting door GAIA op vraag van de organisatie, de gemaakte aanpassingen en de intentieverklaring rond dierenwelzijn konden op veel bijval rekenen. Ook de grote dynamiek, de verjonging en de brede gedragenheid speelden mee in het positief oordeel over de Hondenzwemming.

‘De erkenning tot Vlaams erfgoed is fantastisch en zelfs bijna waanzinnig’, zegt Bert De Smet, voortrekker van het erkenningsdossier. ‘Het is een heel mooie erkenning voor het vele werk dat alle vrijwilligers doen om de Hondenzwemming ook na 167 jaar actueel en succesvol te houden. We zijn echt fier en tegelijk ook erg dankbaar als bestuur dat de Hondenzwemming omwille van haar voorbeeldfunctie en dynamiek erkend werd als Vlaams erfgoed. Deze erkenning kon er alleen komen dankzij onze vele enthousiaste vrijwilligers en de goede samenwerking met alle partners, zoals het Centrum Agrarische Geschiedenis, het Sportimonium en GAIA.’